Broodjes aap: deze 6 dierenweetjes zijn écht fabels!

Kiezen olifanten hun sterfplek uit? En steken struisvogels hun kop in het zand? Echt niet! Soms zitten zaken heel anders in elkaar dan je denkt. Vanaf nu weet jij beter!

1. Kiezen olifanten zelf hun sterfplek?

Een olifantenkerkhof ligt bezaaid met botten en slagtanden. Je komt deze mysterieuze plek tegen in verhalen en films. Vaak wordt verteld dat oude olifanten hiernaartoe gaan om te sterven. Maar dat is niet waar.

Hoe zit het dan wel? Soms liggen de botten van meerdere olifanten bij elkaar in de buurt. Gingen ze naar die plek om te sterven? Nee, ze kwamen juist om… te overleven! Dat heeft te maken met hun gebit. Na zes keer wisselen, krijgt het dier geen nieuwe kiezen meer. Hij gaat dan op zoek naar een plek waar malse planten groeien, bijvoorbeeld vlak bij een waterplaats. Daar sterven de grijze reuzen uiteindelijk van ouderdom.

2. Steken struisvogels hun kop in het zand?

Het is een eeuwenoud fabeltje: als er gevaar dreigt, steken struisvogels hun kop in het zand. Maar dat is niet waar.

Onder de grond kan de struisvogel helemaal niet ademen. Ook ziet hij niet wat zijn belager doet. Zo is hij wel een erg gemakkelijke prooi. De grote Afrikaanse loopvogel heeft een veel betere manier om zich te redden: rennen! Met passen van bijna vijf meter schiet hij over de savanne. Er zijn maar weinig roofdieren die hem bij kunnen houden. En komt er toch één te dicht in de buurt? Dan deelt de struisvogel rake trappen uit met zijn krachtige poten. Pak aan, luipaard!

Soms lijkt het of de struisvogel zijn kop in het zand steekt, maar dat is gezichtsbedrog. Hij houdt zijn kop vaak laag bij de grond. Om te grazen, zijn eieren te verzorgen of om te rusten. Van een grote afstand is de kleine kop dan bijna niet te zien: hij lijkt wel in de grond verdwenen!

3. Eet je spinnen in je slaap?

Heb je weleens gehoord dat je gemiddeld vier spinnen per jaar in je slaap opeet? Een bizar idee. Gelukkig is het ook niet waar!

Spinnen blijven liever bij mensen uit de buurt. Zeker als je ligt te slapen. Door je ademhaling en gesnurk tril je namelijk een beetje. Spinnen houden daar niet van. Ook is er geen eten in jouw bed te vinden: een spin heeft er veel meer aan om in zijn web te blijven wachten op een lekker insect!

4. Eten piranha's je met huid en haar op?

Piranha’s hebben een slechte naam. Dieren (of mensen!) die in een rivier met deze bloeddorstige vissen vallen, zijn ten dode opgeschreven. Tientallen piranha’s slaan razendsnel toe en verslinden hun prooi binnen een paar seconden. Spannend… maar niet waar!

Piranha’s leven in rivieren in Zuid-Amerika. De vissen gebruiken hun vlijmscherpe tandjes om fruit te eten dat in het water is gevallen, of dode dieren die in de rivier drijven. Piranha’s zijn dus een soort schoonmakers!

5. Zitten de bulten van een kameel vol met water?

Een kameel kan dankzij die grote bulten op zijn rug twee weken zonder water. Dat klopt! Maar er zit géén water in opgeslagen.

In die grote bulten zit vet. Dat kan hij goed gebruiken als hij een aantal dagen geen voedsel of water kan vinden. Zijn lichaam kan dan wel twee weken leven van het vet uit de bulten! Aan de bulten kun je ook zien of hij genoeg eten kan vinden: staan de bulten rechtop, dan kan hij nog even vooruit! Maar als de bulten hangen, wordt het tijd om een nieuw maaltje te vinden…

6. Vinden vleermuizen de weg door geluid?

De meeste vleermuizen gaan ’s nachts op pad. Om te jagen of om naar een ander gebied te trekken. De kleine fladderaars maken soms vluchten van tientallen kilometers. Hoe vinden ze de weg in het donker? Veel mensen denken dat ze dat doen met behulp van echolocatie, een soort natuurlijke sonar. Maar dat is niet waar.

Bijna alle vleermuizen gebruiken echolocatie, maar niet om de weg te vinden. Die echolocatie is vooral bedoeld om insecten te vangen. En soms is het handig om uitstekende voorwerpen, zoals bomen en rotspunten, te ontwijken. Bij echolocatie maken de vleermuizen korte, hoge geluidjes. Als er een motje in de buurt vliegt, kaatst een deel van dat geluid terug. Door die echo weet de vleermuis precies waar dat lekkere hapje is! Die truc werkt alleen op korte afstand. Ook kost het maken van die korte kreetjes en het terugluisteren van de echo’s veel energie. Een vleermuis kan daarom niet zijn hele omgeving met echolocatie ‘bekijken’. Biologen denken dat vleermuizen voor hun richtingsgevoel de zonsondergang én het magnetisch veld van de aarde gebruiken.

National Geographic Junior abonnement

  • Over de natuur en wilde dieren, ruimtevaart en techniek
  • Vol weetjes en records uit de hele wereld
  • Voor kinderen van 9-12 jaar

Abonneer hier!