De vale gier heeft een kale kop zodat er geen etensresten in blijven vastzitten

Ontdek alles over de vale gier

De schoonmaakploeg van de natuur! Dat is waar deze grote roofvogel bekend om staat. Maar waarom wordt hij zo genoemd? En waarom heeft deze gier een kale kop? Kom hier alles te weten over deze bijzondere vogel!

Paspoort

Leefgebied: Bergachtige gebieden of steppes, verspreid over Zuid-Europa, het Midden-Oosten en Afrika.

Lengte: Van vleugelpunt tot vleugelpunt 2,5 meter breed

Gewicht: 6 – 11 kilogram

Voedsel: Vooral aas; anders gewonde of zieke dieren

Leeftijd: 20 – 35 jaar

Bijzonderheden: Zijn superogen! Een vale gier ziet zijn prooi al op 6,5 kilometer afstand.

 

Hoe ziet een vale gier eruit?

De vale gier is een grote vogel met brede vleugels. Hij heeft een donkere ondervleugel met een lichtbruine bovenvleugel er op. De jonkies zijn vaak nog wat donkerder van kleur. Als ze ouder worden, krijgen ze vanzelf een lichtere kleur. Je herkent hem aan zijn lange en witte nek, kale kop, en strenge blik. Niet echt een knapperd! Ze hebben lange nagels en een scherpe snavel. Vaak zien ze er van dichtbij griezelig uit. Maar zijn bek en poten zijn niet zo sterk als ze eruitzien.

Een kortgeknipt koppie

Vale gieren zijn de opruimers van de natuur! Het zijn echte aaseters; ze eten vooral dode dieren. Vaak zijn dit herten of berggeiten, omdat ze de meeste tijd in de bergen rondhangen. Deze roofvogel heeft daarom ook niet voor niets een kale kop en een nek zonder veren. Er blijven zo geen etensresten vastzitten. Normaal zou het opgedroogd bloed vast blijven zitten in zijn veren. Dan zouden de veren kapotgaan en de gier erg ziek worden. Maar daar heeft hij nu geen last van. Toch handig zo’n kale kop!

De vuilnisman in het wild

De vale gier is de echte vuilnisman van de natuur. Hij zoekt namelijk altijd een gewond of ziek dier als hapje. Hij zal niet snel met een sterke prooi in gevecht gaan, dan vliegt hij gewoon weer verder op zoek naar een minder sterke prooi. Zo slim is hij wel! Ze vangen alleen hun eigen levende prooi als er geen karkassen te vinden zijn. Om te voorkomen dat de vogel ziek wordt van de rottende hapjes, heeft hij een speciaal trucje. Hij heeft supersterk én zuur maagsap. Daar overleeft bijna geen een bacterie in! Deze vuilnismannen zijn dus superbelangrijk voor het ecosysteem. Ze helpen de natuur extra schoon te houden door de dode dieren op te ruimen. Én ze voorkomen dat ziektes zich verspreiden door de zwakke dieren aan te vallen. Zo helpen ze ook nog eens andere dieren gezond te houden. Nuttig voor de natuur en voor alle dieren dus!

Hoe snel is de zweefkoning?

De vale gier is een echte zweefkoning. Hij heeft vleugels van soms wel 2,5 meter breed! Met zo’n enorme vleugels kan de gier flinke afstanden afleggen. Meestal hangen ze zo’n zeven uur per dag in de lucht en leggen ze wel honderden kilometers af. Soms dwalen ze zelfs tot boven Nederland! Ze kunnen tot wel 70 kilometer per uur door de lucht vliegen. Ze vliegen niet de hele dag rond met zo’n topsnelheid. Ze hangen ook een hele tijd stil. Al zwevend met zijn superogen speurt de gier dan vanuit de lucht naar eten op de grond. Hij slaat dan zo min mogelijk met zijn vleugels om energie te besparen.

Het leven binnen een kolonie

Deze gieren jagen vaak samen in grote groepen, ook wel kolonies genoemd. Zo’n groep kan uit wel 40 vale gieren bestaan. Ze vliegen samen rond en houden elkaar goed in de gaten. Ze helpen elkaar met het vinden van eten. Zodra een van de vogels naar beneden vliegt, duikt de rest van de kolonie erachteraan. De kans is groot dat er een lekker hapje ligt. Ze maken veel harde geluiden tijdens het eten, vaak sissend en grommend. Van een afstandje lijkt een groep etende gieren heel chaotisch. Maar alles is juist strak geregeld. Sommige gieren mogen pas beginnen met eten als de dominante gieren hun portie ophebben. Aan het einde van de dag vliegt de hele groep weer terug naar hun vaste rustplaats om daar samen te overnachten.

Broeden in gezelschap

Vaak broeden tussen de tien en twintig koppels bij elkaar in de buurt. Elk paar maakt een eigen nest van takken en groen. Dit zijn grote nesten op hoge plekken waar de eieren veilig kunnen liggen. Hoog in een boom of in steile rotswanden. De meeste vogels leggen een paar eieren per keer, maar dat doet de vale gier niet. Meestal ligt er maar één ei in het nest. Niet alleen het vrouwtje, maar ook het mannetje helpt het ei uit te broeden. Na ongeveer 1,5e maand komt het ei uit. Een klein, kaal giertje komt tevoorschijn. Na ongeveer een half jaar kunnen ze zelf vliegen en verlaten ze het nest. Dan gaan ze zelf de wijde wereld in!