Dieren met superzintuigen

Een extra kleur zien of ‘horen’ met je poten: veel dieren hebben speciale zintuigen die wij mensen niet hebben. Kijk maar eens hoe deze dieren horen, zien en ruiken!

Hoe vinden haaien een prooi?

Een haai zet bij de jacht verschillende zintuigen in: ogen, oren en natuurlijk zijn geweldige neus. Maar als hij vlak bij zijn prooi is, schakelt hij over op zijn geheime wapen: de ampullen van Lorenzini. Die zitten als piepkleine buisjes in de huid van zijn kop. Ze pikken de elektriciteit op die ieder dier opwekt in zijn spieren. Dit superzintuig voelt zelfs het zwakste stroompje, bijvoorbeeld van een kloppend hart. De roofvis weet daardoor heel precies waar zijn maaltje is. Hap!

Meer weten over de haai? Hier vind je alles voor jouw spreekbeurt!

Hoe helpen de speciale ogen van rendieren?

Het superzintuig van een rendier is juist bedoeld om uit de bek van roofdieren te blijven. Met zijn ogen kan hij ultraviolet zien: een ‘kleur’ die voor ons onzichtbaar is. Urine en haren zijn voor het hoefdier daardoor veel donkerder dan voor ons. Zo ziet hij urinesporen van wolven extra goed. En dan is het opletten geblazen. Ook de roofdieren zélf trekken behoorlijk wat aandacht. Een donkere ijsbeer – tenminste, in de ogen van een rendier – valt erg op in de sneeuw!

Waarmee ruiken slangen en hagedissen?

Slangen en hagedissen gebruiken hun tong om te ruiken. Ze vangen er geurdeeltjes mee op uit de lucht en halen die dan langs het orgaan van Jacobson. Dat speciale zintuig boven in hun bek geeft de hersens niet alleen door wat het ruikt, maar ook waar een geur vandaan komt. Zo is een smakelijk hapje snel gevonden!

Hoe praten olifanten met elkaar?

Olifanten hebben een andere specialiteit: het horen (én maken) van superlage geluiden. Deze krachtige trillingen – onhoorbaar voor de mens – verplaatsen zich deels door de grond. De slurfdieren vangen ze daarom op met hun… poten! Ze gebruiken de lage klanken om op grote afstanden met soortgenoten te praten. Zo waarschuwen ze elkaar bijvoorbeeld voor roofdieren. Maar olifanten kunnen óók het lage geluid van een onweersbui horen, zelfs op tweehonderd kilometer afstand. Vers drinkwater is die kant op…

Meer weten over de olifant? Ontdek hier meer weetjes!

Waarmee spotten groefkopadders een prooi?

Midden in de nacht ligt een groefkopadder op de loer in het bos. Tot er een rat voorbij komt trippelen. Tjak! Razendsnel zet de slang zijn giftanden in zijn prooi. Hoe hij dat doet in het pikkedonker? De adder gebruikt zijn groef-organen. Met deze twee kuiltjes tussen zijn ogen en neusgaten kan hij warmte zien. Die zintuigen zijn zó gevoelig dat de groef-kopadder een warm rattenlijf tot op een meter afstand opmerkt.

Hoe weten vogels de weg?

Ook trekvogels hebben een extra zintuig, maar niet om naar voedsel te speuren. De dieren vliegen per jaar duizenden kilometers, naar broedgebieden of plekken om te overwinteren. En natuurlijk ook weer terug. Hoe krijgen ze dat voor elkaar zonder te verdwalen? De vogels hebben een superzintuig dat hun vertelt in welke richting ze vliegen. Een soort ingebouwd kompas dus. Handig! Maar hoe het precies werkt, is nog een raadsel…

Hoe kunnen blinde mollen toch zien?

Het speciale zintuig van de stermol is minder mysterieus, maar wél heel indrukwekkend. Het beestje is bijna blind en verkent zijn leefwereld met de 22 supergevoelige uitsteeksels op zijn stervormige neus. Hij tast er de aarde mee af als hij gangen graaft, of het water als hij in een meertje zwemt. Als zijn neus iets eetbaars voelt, zoals een regenworm, dan reageert de stermol gigasnel. In nog geen vijfde van een seconde schrokt hij het hapje naar binnen!